Op de bank in de kerstvakantie de tijd om een lijstje blogs te lezen. Een ervan blijft hangen, die over Simone Weil. Een gedicht over Liefde van George Herbert leert zij uit haar hoofd en zegt ze op in moeilijke momenten. Op zoek naar dat gedicht dus. Al snel stuit ik op drie gedichten over liefde van George Herbert, een serie die bij elkaar hoort, waarvan de laatste mij het meest raakt. Dat is ook het gedicht waar Simone Weil het over heeft. Drie gedichten over liefde waarin Eeuwige Liefde, Eeuwige Warmte en Gastvrije Liefde bezongen worden.

Liefde (III)

Liefde heette me welkom, maar mijn ziel wendde zich af,
schuldbewust van stof en zonde.
Maar de scherpziende blik van Liefde die mijn aarzeling bemerkte
toen ik binnenkwam,
kwam vriendelijk dichterbij en vroeg of ik iets wenste.

Een gast, antwoordde ik, die het waard is hier te verblijven
Liefde zei: dat ben jij
Ik, die zo onaardig en ondankbaar ben?
O mijn lief, ik durf je niet eens aan te kijken.
Maar Liefde nam mij bij de hand en antwoordde glimlachend:
Wie denk je die jouw ogen maakte? Ik toch zeker!

Dat is waar, mijn God, maar ik heb ze ontsierd.
Laat mijn schaamte gaan waar ze hoort.
Weet je dan niet, zei Liefde, wie de schuld draagt?
Mijn lief, dan zal ik je dienen.
Ga zitten, zei Liefde en proef mijn vlees.
Ik ging zitten en at.

George Herbert – 17e eeuw

Tja, ga ik hier nog verder iets op zeggen? De uitnodiging van Liefde, de vaak zo herkenbare terugdeinzing van mij… Want ik ben niet…, ik voel, denk, doe dingen waarvan ik niet weet wat ik er mee aan moet… En toch… Ik mag open naar Liefde gaan, aangetrokken door haar open en uitnodigende blik, die mij uitnodigt over mijn aarzeling heen te stappen en een stap naar voren te doen. Het is goed bij Liefde. Ontvangen, omarmd worden. Liefde mag mij koesteren, beroeren, op weg sturen. Na de maaltijd waar ik altijd welkom ben. En jij ook!