Miroslav Volf over open armen

Wat zie je als je naar deze icoon kijkt? Neem eens een paar minuten de tijd om te kijken. Wat zie je, wat ontdek je? In het vorig blog schrijf ik meer over deze icoon.

De icoon van de Drievuldigheid is geschreven door Rublev naar aanleiding van het verhaal uit Genesis 18 van de ontmoeting van Abraham met drie bijzondere gasten. God zelf: Vader, Zoon en Geest.

Een icoon is niet geschreven vanuit ons perspectief, wel uit dat van God. Je ziet een ‘still’ van de dans, de beweging, ontmoeting van God, Drie-in Een en een, betrokken op elkaar.
We zien een beweging richting de beker: Jezus werd mens om met ons te wonen.
Je ziet de opening, de plek van open ruimte waar wij zijn uitgenodigd om te blijven met God, Drie-in-Een.
Daar ben je omarmd door de armen van de Zoon en de Geest.

Uitsluiting en omarming

En dat verhaal gaat verder zegt Miroslav Volf. Het is een voorbeeld voor onze manier van leven met elkaar. Volf heeft dit namelijk aan den lijve ondervonden. Hij is opgevoed in een pinkstergezin ten tijde van het communisme en heeft later de burgeroorlog in het toenmalige Joegoslavië. meegemaakt. Volf zegt ‘de uitgestrekte armen van God, zijn ook onze armen die zich uitstrekken naar mensen die anders zijn dan wij’

Omarmen is altijd lichamelijk, fysiek en tegelijk een metafoor. Het gaat om de relatie, de verbinding tussen mij en de ander. En die relatie kan elke relatie zijn. Mensen onderling, groepen, volken. Omarming, omhelzing heeft vier stappen zegt Volf:

De uitgestrekte armen van God, zijn ook onze armen die zich uitstrekken naar mensen die anders zijn dan wij.

Open je armen

Je reikt uit naar de ander, verlangt naar ontmoeting met haar, met hem. Je verlangt er naar dat de ander deel uit maakt van wie jij bent zoals jij ook deel wil zijn van hem. Er is pijn van afwezigheid en vreugde om de verwachtte ontmoeting. Voordat jezelf de armen opent is de ander er al deel van. Je ervaart een gat in jezelf dat je naar de ander doet verlangen. Open armen zijn een teken dat je ruimte creëert voor de ander. Je strekt je armen uit, je richt je op de ander en ervaart daarmee ook openheid en ruimte in jezelf.

Je wacht met je armen open

Jouw open armen zijn een uitnodiging, je wacht tot de ander komt. Het is een uitgesteld verlangen, wachten tot de ander de grens oversteekt. Je kan niet anders dan wachten en de integriteit van de ander respecteren. Hoe graag je ook anders wil. De ander kan niet in een omhelzing gemanipuleerd worden. Wachten op wederkerigheid.

Je armen sluiten in omhelzing, wederkerig

Jij omhelst de ander, de ander omhelst jou, het is zowel actief als passief. In een omhelzing is de gastvrouw gast en de gast gastheer. Je geeft en ontvangt en komt in de ruimte van de ander. Je ervaart de aanwezigheid van de ander in jou zelf en jouw aanwezigheid wordt door de ander ervaren. Vrij en wederkerig geven en ontvangen: een zachte aanraking. In een omhelzing wordt de identiteit van je zelf bewaard en getransformeerd, het anders zijn van de ander wordt zowel bevestigd als ander zijn en tegelijk ontvangen in de altijd veranderende identiteit van het zelf. De ander is de ander. Wat begrepen kan worden over de ander kan alleen verwoord worden in een vraag. Het zelf ziet zowel zichzelf als de ander in een nieuw licht. Zonder de mogelijkheid de ander niet te begrijpen is omarming niet mogelijk. De ander is een mysterie.

In een omhelzing wordt de identiteit van je zelf bewaard en getransformeerd.

Je opent je armen op opnieuw

Omhelzing maakt twee lichamen niet een door het veranderen van grenzen tussen twee lichamen, twee mensen, twee groepen. Wat de lichamen bij elkaar houdt zijn de armen die om elkaars lichamen geslagen zijn. Nu mag je de armen openen en de ander laten gaan, omdat de ander echt de ander in eigenheid mag blijven. Het zelf neemt zichzelf terug in zichzelf, in haar eigen zijn en identiteit, verrijkt met de sporen die de omhelzing van de ander achter laten. De open armen laten de ander gaan en zijn tegelijk een nieuw teken van een verlangen naar hernieuwde aanwezigheid van de ander, van het scheppen van ruimte in zichzelf, een uitnodiging aan de ander om terug te komen.