Zoeken naar woorden om wat in mij beweegt weer te geven, dat kan soms zo een ding zijn ;-). Er beweegt veel, in mijn idee soms alles, schuivende panelen, niet weten, een vrije val. En toch ervaar ik dit ten diepste veilig, soms wel onwennig en ongemakkelijk. Gaan van een weg die ik niet ken en waarvan ik niet weet waar deze uitkomt. Ontdekken wat er is, in mij, in God, in mensen om mij heen. En dat is zo anders, ruimer, dieper, verrassender, confronterender dan ik me ooit kon voorstellen. Om iets hiervan te verwoorden kom ik uit bij Herfst van Rilke.

De bladeren vallen, vallen als van ver,
als welkten in de hemel verre tuinen;
ze vallen met ontkennende gebaren.

En in de nachten valt de zware aarde
uit alle sterren in de eenzaamheid.

Wij allen vallen. Deze hand zal vallen.
En kijk ik naar de ander: het is in allen.

Maar Een is er. Hij vangt dit vallen
oneindig teder in zijn handen op.

Rainer Maria Rilke

En tegelijk – en wat doe ik Rilke hiermee aan- wil ik er een ander perspectief aan geven. Voorjaar! Want naast herfst – en dat is nu, is het voorjaar- en dat is nu. Bladeren verwaaien met de wind, vallen op de grond, worden tot vruchtbare aarde. Zaden zweven naar waar de wind hen brengt. Wat verwaait, verdwijnt uit het zicht; wat zweeft, daalt langzaam neer; wat komt, ontkiemt op een gegeven tijd. Open, verwachtingsvol, vrij. Samen – alleen. Een weg om te leven.

De zaden vallen, vallen als van ver
als ontstaan op aarde verre tuinen
ze vallen met instemmende gebaren.

En in de nachten valt de zware aarde
uit alle sterren in de eenzaamheid.

Wij allen vallen. Deze hand hier valt.
En kijk ik naar de ander: het is in allen.

Maar Een is er. Zij vangt dit vallen
oneindig teder in haar handen op.

nav Herfst- RM Rilke