Het vierde en laatste deel over een collage over mijn geestelijke weg.

Al reizend ben ik onderweg. Voor mijn werk ben ik veel onderweg, door Nederland, ook steeds vaker door Europa. Elke keer andere mensen, nieuwe ontmoetingen. Mensen en kerken waar ik een tijdje mee oploop als zij door moeilijke fasen gaan. Enthousiasme in ontmoetingen met mensen die betrokken zijn bij nieuwe initiatieven van kerk zijn. In al die verschillende ontmoetingen leer ik met vallen en opstaan steeds meer iets van God te zien, God te ontmoeten in de ontmoeting van de ander.

In de stad woon ik,
leef ik.
Ik houd van
de dynamiek van de stad,
de diversiteit van mensen.
Mensen die
langs mijn huis
naar de stad lopen of
juist richting park.
Mensen die
over de vloer komen
bij ons in Stadsklooster Arnhem
en de stad binnen brengen.
Mensen waarmee ik me kan verbinden,
mensen waar ik aan kan schuren.

Ik houd enorm van de stad en heb mensen om me heen nodig. Leren leven van wat komt (Borgman) is voor mij verbonden met dit leven in de stad. Hier liggen nu mijn wortels, hier gedij ik.

Tegelijk kom ik vrijwel altijd bij natuurbeelden uit in het verbeelden van iets.
Dus ook hier weer:
Bomen en bergen.
Rust en stilte,
de weidsheid en uitzichten van bergen:
al wandelend elke keer
weer een nieuw perspectief.
Niet wetend hoe
het er na de volgende bocht
uitziet.
Tastend,
zoekend,
verlangend.
Ook dat is het leven.

Niet maakbaar, terwijl ik toch vaak leef alsof dat wel zo is. En midden in dat niet maakbare leven ga ik de geestelijke weg, of gaat God de weg met mij.

‘Om te komen zul je gaan’.

In het midden
vuur en stromend water (boven),
brood en (Karmel)wijn.
Een plek om te zijn,
om te smaken en
te zien
dat het goed is.

In het midden
heilige ruimte.
‘En ik, steeds bij Jou.
Jij pakt mij bij mijn rechterhand’ (Psalm 73:23).

Ik zou willen en hopen dat dit ook het midden van mijn leven is. Natuurbeelden die mij iets van de Geest laten zien: vuur en water: vuur dat mij opwarmt en in beweging zet, water dat mijn dorst laaft. Een alledaags beeld van brood en wijn, de Maaltijd van de Heer, de Eucharistie van de Drie-Ene God, de Maaltijd van het Koninkrijk. De plek van ontmoeting, de plek waar het goed is, waar ik gevoed word. Niet alleen opgenomen in de ontmoeting en verbinding van de Drie-Ene God, ook opgenomen in de ontmoeting met mensen, mijn tafelgenoten. Elke maaltijd met anderen doet er toe, samen eten is voor mij belangrijk: hierin zie ik iets van gemeenschap met anderen en met God.